De Europese openluchtmusea hebben zich sinds de jaren 1960 verenigd in een eigen vereniging. Die vereniging werd bovendien opgericht in Bokrijk door de eerste conservator, dr. Jozef Weyns. Het lidmaatschap moet worden voorgedragen en aanvaard door de leden van de vereniging. Dit uniek platform voor openluchtmusea van over heel de wereld telt inmiddels meer dan honderd leden. Tweejaarlijks nodigt een gastland de leden uit voor een internationaal colloquium. In 2011 zijn Tsjechië en Slovakije gastland. Jaarlijks worden er in een beperkte groep studiedagen en workshops gehouden om gericht kennis uit te wisselen.
Het Openluchtmuseum diende begin 2011 een Grundtvig Partnership in rond het thema ‘The Open air museum’s role in Regional Development’. Internationale partners die bij het project betrokken zijn, zijn de openluchtmusea van Jamtli (Zweden), Maihaugen (Noorwegen), Beamish (GB), Bokrijk (België), Skanzen (Hongarije) en Sovereign Hill (Australië).
De overkoepelende doelstelling van het project is te onderzoeken op welke manier openluchtmusea bijdragen tot de regionale ontwikkeling van de regio’s waarin ze gesitueerd zijn. Er zal onder andere worden ingegaan op de bijdragen die openluchtmusea leveren op het vlak van culturele, sociale, educatieve en economische groei en ontwikkelingen. Vier workshops over verschillende subthema’s zijn daarbij gepland, waarbij het de bedoeling is lokale stakeholders telkens actief te betrekken. De subthema’s betreffen ‘lifelong learning’, ‘social inclusion’, ‘engaged visitors’ en ‘cultural and creative industries’.
UNESCO erkende eind 2010 het Openluchtmuseum Bokrijk als geaccrediteerde organisatie voor advies en dienstverlening in de werking van de UNESCO-Conventie voor de bescherming van immaterieel cultureel erfgoed (2003). Met deze erkenning verwierf het museum internationale erkenning.
Zie ook: