Immaterieel cultureel erfgoed? Denk aan rituelen, lokale talen, kennis van ambachten en technieken, volksmuziek, wiegeliedjes, spreekwoorden, feesten, carnaval, volkssporten, ... Vroeger zou men dit in Vlaanderen volkscultuur of zelfs folklore genoemd hebben. Vandaag onder impuls van UNESCO, de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation, valt dit alles onder het begrip ‘immaterieel cultureel erfgoed’ (kortweg: ICE).
UNESCO zet zich sterk in voor culturele diversiteit in de wereld, en daarbij komt ook (materieel en immaterieel) erfgoed snel in beeld: unieke lokale tradities, gebruiken, monumenten, … In 2003 ontstond de UNESCO-conventie voor de bescherming van immaterieel cultureel erfgoed als internationaal instrument waar in 2010 reeds 124 landen bij aansloten. Over de hele wereld wordt nu nagedacht hoe om te gaan met traditie, identiteit, diversiteit en culturele repertoires. Ook België ondertekende deze UNESCO-conventie.
UNESCO erkende eind 2010 het Openluchtmuseum Bokrijk als geaccrediteerde organisatie voor advies en dienstverlening in de werking van de UNESCO-Conventie voor de bescherming van immaterieel cultureel erfgoed (ICE) (2003). Het Openluchtmuseum diende daartoe in de zomer van 2010 een aanvraag in.
Om advies te verlenen en trajecten te begeleiden, doet UNESCO een beroep op niet-gouvernementele organisaties met een grote expertise op het vlak van volkscultuur of immaterieel cultureel erfgoed. Om daarvoor in aanmerking te komen, moeten ze geaccrediteerd worden: dat wil zeggen een officiële erkenning krijgen, na een beslissing van het Intergouvernementeel comité.
In het domein van volkscultuur is Bokrijk al jarenlang een vaste waarde. Met deze erkenning verwierf het museum in 2010 ook internationale erkenning. Bokrijk is daarmee een van de weinige musea in de wereld die totnogtoe erkend zijn en die een rol kan gaan spelen in dit UNESCO-verhaal.
Zie ook: